
De gemeente wil minder zware vrachtwagens in de Wallen en de Lastagebuurt. Goed plan. Alleen: het “verbod” komt met uitzonderingen, ontheffingen en overgangsregels. Kortom: minder zwaar verkeer, zolang het nog even kan.
Het plan in één zin
De gemeente kondigt aan dat ze het zware verkeer in de Wallen- en de Lastagebuurt wil terugdringen, omdat het kades aantast, straten verstopt en de leefbaarheid onder druk zet. Het weren gaat over ongeveer twee jaar in, terwijl er ondertussen wordt gewerkt aan “slimmere logistiek”.
Waarom dit ineens nodig is (alsof we het niet al wisten)
In de raadsbrief staat het zwart op wit: zware voertuigen veroorzaken blijvende schade aan kwetsbare kademuren, en in smalle straten leidt vrachtverkeer tot opstoppingen, schade aan panden en onveilige situaties voor fietsers en voetgangers. Dat herkennen bewoners natuurlijk meteen. Het voelt soms alsof er een memo rondgaat met de titel: “Breaking news: vrachtwagens zijn best groot.”
Als bijna iedereen een uitzondering krijgt, wie merkt het verbod dan eigenlijk?
Het grote Amsterdamse probleem: “nee” is geen optie
Formeel wil het stadsdeel zware vrachtwagens gaan weren. In de praktijk blijft veel mogelijk via ontheffingen en overgangsregelingen. En juist dáár zit de Amsterdamse spagaat: iedereen is vóór minder zwaar verkeer, maar ook vóór “in dit geval toch wel”.
Hoe zit het met die ontheffingen?
De gemeente wil een zonale beperking invoeren voor vrachtverkeer in de Wallen- en Lastagebuurt. Maar er komt ook een ontheffingsmogelijkheid voor bepaalde voertuigen en situaties.
In de brief staat dat kleinere vrachtwagens tot 7,5 ton ontheffing kunnen krijgen. Elektrische bestelvoertuigen blijven ook in aanmerking komen.
En dan is er nog de categorie “strikt noodzakelijk”: sommige zware vrachtwagens blijven toegestaan, bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden of ondeelbare ladingen. De gemeente werkt daarom aan een ontheffings- en overgangsregeling.
De opvallendste zin: omdat overstappen naar kleiner vervoer investering vraagt, worden er voorlopig geen maximale termijnen aan ontheffingen gesteld. Vrij vertaald: het wordt verboden, maar zolang het nog niet anders kan, mag het toch.
Zijn het dan drammerige ondernemers?
Nee, zo simpel is het niet. Ondernemers moeten kunnen bevoorraden, bouwen en afval afvoeren. Maar het is ook niet gek dat bewoners zich afvragen waarom zij al jaren de lasten dragen, terwijl echte keuzes steeds vooruit schuiven.
Het beleid voelt soms als: we willen het anders, maar niemand mag er iets van merken. En ja: dat is precies waarom het zo langzaam gaat.
De alternatieven zijn er al (en werken)
Het goede nieuws: de alternatieven bestaan gewoon, en ze staan ook in de brief. Denk aan:
- kleinere (liefst elektrische) voertuigen in plaats van zwaar vrachtverkeer;
- bundeling via hubs aan de rand van de stad (minder ritjes, minder chaos);
- vervoer over water – wat in het centrum vaak logischer is dan nóg een vrachtwagen door een steeg.
En dat laatste is niet alleen theorie. In het centrum liep in 2022 al een pilot voor horeca-bevoorrading via de gracht: horeca-vracht door de gracht. Minder vrachtwagens, minder blokkades, minder uitstoot en ondernemers krijgen nog steeds hun spullen.
Dus wat blijft er over?
Een plan met de juiste diagnose en goede ideeën, maar met een uitvoering die vooral voorzichtig is. “Lichter op de Wallen” klinkt als snel resultaat, maar voorlopig is het vooral: lichter, stap voor stap, met een flinke doos uitzonderingen.
Bron: Raadsinformatiebrief “Terugdringen zwaar verkeer in de Wallen- en de Lastagebuurt”, 20 januari 2026.